Het Europees Parlement wil dat er veel meer EU-geld uit het Cohesiefonds wordt ingezet om de wooncrisis aan te pakken. Het streeft naar een verdubbeling van het budget voor betaalbare huisvesting.
Het Europees Parlement heeft donderdag een resolutie aangenomen waarin wordt opgeroepen om veel meer geld uit het Cohesiebeleid in te zetten voor betaalbare huisvesting. De tekst, die werd ingediend door de Spaanse rapporteur Marcos Ros Sempere (S&D), kreeg brede steun vanuit meerdere fracties. De resolutie is niet-bindend, maar zet de Commissie onder druk om met een concreet actieplan te komen.
Het Parlement erkent dat de EU zich in een ernstige wooncrisis bevindt, die niet alleen een sociaal maar ook een economisch probleem is. Huizenprijzen zijn de afgelopen jaren met gemiddeld 48 procent gestegen, en met name jongeren, alleenstaande ouders en mensen met een laag inkomen hebben moeite om een betaalbare woning te vinden. Bijna de helft van de Europeanen tussen de 18 en 34 jaar woont nog bij de ouders.
De resolutie dringt er bij lidstaten en de Europese Commissie op aan om bij de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid het budget voor betaalbare huisvesting minstens te verdubbelen. Momenteel gaat slechts 2 procent van de Europese Cohesiegelden naar huisvesting, terwijl de investeringsbehoefte volgens het Europees Investeringsbank jaarlijks op 270 miljard euro wordt geschat.
Nederlandse Europarlementariërs stemden overwegend voor de resolutie. Namens de liberale Renew-fractie stemden VVD en D66 voor de resolutie. Raquel García Hermida-Van Der Walle (D66), namens de Europese liberalen als schaduwrapporteur betrokken bij de resolutie, gaf in het debat aan het Cohesiefonds in te willen inzetten voor de woningcrisis (“een van de grootste zorgen van de Europese burgers”). Ook GroenLinks-PvdA en Volt steunden de resolutie. Het CDA was verdeeld; Tom Berendsen en Ingeborg ter Laak onthielden zich van stemming, terwijl Jeroen Lenaers tegen stemden. Tegen stemden ook BB, NSC en PVV. De SGP onthield zich van stemming.