Het Europees Parlement wil af van de goedkoopste aanbieding: overheidsgeld moet kwaliteit, banen en Europa’s strategische belangen dienen.
Het Europees Parlement heeft met een resolutie een forse koerswijziging ingezet voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de EU. De kernboodschap: af van het lage-prijs-denken en meer focus op kwaliteit, duurzaamheid en strategische Europese belangen. Jaarlijks gaat het om meer dan 2000 miljard euro aan belastinggeld.
De resolutie is een reactie op de vaststelling dat overheidsinstanties nog te vaak kiezen voor de goedkoopste inschrijving. Uit een verslag van de Europese Rekenkamer bleek dat in 2023 twintig lidstaten meer dan de helft van hun aanbestedingen uitsluitend op basis van prijs gunden, waarbij tien landen zelfs boven de 80% uitkwamen.
Het Parlement benadrukt dat overheidsopdrachten een strategisch instrument moeten zijn, geen loutere kostenpost. Het geld moet bijdragen aan een “sterk, veerkrachtig en duurzaam Europa”. Dit betekent dat naast prijs ook zaken als innovatie, arbeidsomstandigheden, cyberveiligheid, milieu-impact en het creëren van hoogwaardige banen zwaarder moeten meewegen in de gunning.
“Europese publieke gelden moeten onze Europese bedrijven ondersteunen en helpen onze economie te vergroenen”, aldus Kim Van Sparrentak (GroenLinks-PvdA). “Bedrijven die arbeidsrechten schenden of vakbondsactiviteiten tegenwerken, moeten worden uitgesloten van aanbestedingen. Publiek geld mag nooit een race naar de bodem voeden.”
Ook het MKB staat centraal in de resolutie. Er wordt geklaagd over te complexe regels en een overweldigende papierwinkel die vooral kleine ondernemers afschrikt. Jeannette Baljeu (VVD) pleitte voor “vereenvoudiging en heldere, flexibele regels die ruimte geven voor innovatie en groei.” Baljeu, die namens de liberalen schaduw-rapporteur was op dit dossier, had in dit kader onder meer overleg met de gemeente Amsterdam, KPN en werkgeversorganisaties VNO-NCW en Bouwend Nederland.
Het Parlement wil de administratieve lasten verminderen, aanbestedingen vaker opsplitsen in kleinere percelen en digitale procedures gebruiksvriendelijker maken. In strategische sectoren, zoals kritieke infrastructuur en geavanceerde technologie, moet een “Europese preferentie” mogelijk worden. Dit betekent dat opdrachten prioritair kunnen gaan naar bedrijven die een aanzienlijk deel van de toegevoegde waarde binnen de EU creëren. Het doel is de economische veiligheid en technologische onafhankelijkheid van de EU te versterken. Tegelijkertijd waarschuwt het Parlement voor protectionisme. De maatregelen moeten in lijn blijven met de internationale handelsverplichtingen van de EU.
De bal ligt nu bij de Europese Commissie, die wordt opgeroepen de aanbevelingen mee te nemen in haar komende herziening van de EU-aanbestedingsrichtlijnen. De uitdaging wordt om een evenwicht te vinden tussen strategische autonomie, eerlijke concurrentie en het waarborgen van de beste waarde voor het belastinggeld.