Er komt extra ESF-geld voor opleidingen in de defensiesector en in industrieën die willen verduurzamen. Regio’s grenzend aan Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne krijgen voorrang. Rapporteur Maij (GroenLinks-PvdA) wil investeren in mensen, niet in grote bedrijven.
Onderhandelaars van het Europees Parlement en de Raad hebben een voorlopig akkoord bereikt over aanpassingen aan het Europees Sociaal Fonds (ESF). Het doel is om vaardigheden in de defensiesector en in sectoren die actief werken aan het verminderen van hun CO2-uitstoot te versterken en de grensregio’s van de EU extra steun te bieden.
Specifieke aandacht gaat naar regio’s die grenzen aan Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne, vanwege hun bijzondere behoeften in het huidige geopolitieke klimaat. Kleine en middelgrote ondernemingen krijgen voorrang bij toegang tot het fonds, zodat zij werknemers kunnen bijscholen voor de nieuwe uitdagingen.
Marit Maij (GroenLinks-PvdA), rapporteur voor het dossier, benadrukt: “We hebben een duidelijke lijn getrokken: het ESF moet investeren in mensen, niet in grote bedrijven. Dit akkoord zorgt ervoor dat steun naar kleinere organisaties gaat. Zo behouden we de sociale kern van dit fonds.”