Nederlandse Europarlementariërs zijn diep verdeeld over de vereenvoudiging van het Europese landbouwbeleid, zo bleek tijdens het debat en de daaropvolgende stemming in Straatsburg.
Tijdens een debat in het Europees Parlement over de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) liepen de meningen sterk uiteen. De onderwerpen varieerden van vereenvoudiging van regels en de positie van boeren in de keten tot een verhitte discussie over de benaming van plantaardige producten.
Aanleiding voor het debat waren twee wetsvoorstellen. Het eerste voorstel beoogt het Europees landbouwbeleid te vereenvoudigen, onder meer op het gebied van de voorwaarden voor overheidssteun, controles en betalingssystemen. Dit voorstel werd aangenomen met steun van PVV, CDA, BBB, SGP, NSC en VVD. Tegenstemmen waren afkomsig van GroenLinks-PvdA, D66 en Volt. Het tweede voorstel richt zich op het versterken van de onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen. Ook dit voorstel werd aangenomen. Steun was er van GroenLinks-PvdA, PVV, CDA, BBB, SGP en Volt. Tegen stemden NSC en D66. De VVD onthield zich van stemming.
Bert-Jan Ruissen (SGP) benadrukte het belang van de voorstellen voor de rentabiliteit van landbouwbedrijven. Hij plaatste echter twee kanttekeningen. Ten eerste pleitte hij voor meer ruimte voor boeren binnen milieuwetgeving, naar het model van “doelsturing” in plaats van “middelsturing”. Ten tweede waarschuwde hij dat het versterken van de boerenpositie via contracten niet ten koste mag gaan van een gezonde marktwerking. Hij riep op tot “passende uitzonderingsmogelijkheden” om goede praktijken binnen coöperaties niet te ondermijnen.
Het debat kreeg een onverwachte wending toen Anna Strolenberg (Volt) fel uithaalde naar een amendement dat volgens haar de benaming ‘burger’ wil reserveren voor producten van dierlijk vlees. “We hebben het over burgers”, zei Strolenberg. “We verspillen onze tijd aan een debat over de naam van een burger, terwijl de planeet in brand staat.” Ze beschuldigde de vleeslobby en met name de Europese Volkspartij (EVP) ervan innovatieve, plantaardige concurrenten te willen verzwakken. Haar tussenkomst werd direct bekritiseerd door Jessika Van Leeuwen (BBB), die stelde dat Strolenberg als eerste het onderwerp ter sprake bracht en daarmee zelf de tijd verspilde. Strolenberg verdedigde zich door aan te geven dat het onderwerp wel degelijk een prominent onderdeel van de discussie was geworden en een “valse belofte aan boeren” is.
Jessika Van Leeuwen bracht vervolgens een persoonlijk en emotioneel pleidooi voor de toekomst van jonge boeren. Ze vertelde over een jong meisje dat droomt van het overnemen van het melkveebedrijf van haar ouders. “Jonge boeren hebben zekerheid en bescherming nodig”, aldus Van Leeuwen. Ze wees op de onveilige situatie van boeren door een Nederlandse rechterlijke uitspraak die het publiceren van boerderijadressen verplicht stelt. Ook uitte ze scherpe kritiek op de verdeling van de Europese landbouwgelden. Ze wees erop dat Nederland, als een van de meest productieve landen, slechts op de zestiende plaats staat wat betreft toegekende subsidies. “Als u echt in voedselzekerheid gelooft, waarom stimuleert u deze productiviteit dan niet?”, vroeg ze de Eurocommissaris. Ze waarschuwde dat het verdwijnen van de innovatieve Nederlandse landbouw een grote stap achteruit zou betekenen voor alle Europese boeren en consumenten.
Het debat maakte duidelijk dat de hervorming van het landbouwbeleid veel verder reikt dan alleen vereenvoudiging. Het raakt aan fundamentele keuzes over de toekomst van de landbouw, de rol van innovatie en de vraag hoe Europa zijn boeren een perspectiefvolle toekomst kan bieden.